Alchemie

Breekbaar is de mens,
hulpeloos en klein,
als hij de aarde betreedt:
Prima materia.

Wij leven ons leven als
bijen die zwermen
en honing vergaren:
Purificatio.

Als de dood komt oogsten
en de mens weer vertrekt,
dan laat de vrucht zich zien:
Ultima materia.


Magneet

Elk mens is
Een magneet, die
Steeds weer aantrekt
Wat bij hem hoort.

Beeld en gelijkenis

Beeld is de mens
Van God, de Ene,
Die zich drievoudig
Openbaart.

Gelijkenis was de mens
Van God, de Ene,
Hemels en gesponnen
Van licht.

Verduisterd werd het licht,
Aards werd de hemel
Het leek het einde
Van Gods weg.

Maar toen kwam de Zoon, die
Als limus coelorum de band
Tussen hemel en aarde
Weer herstelde.



Stralend als de Zon
Zal eens de mens gelijken
Op God, de Ene:
Paradijselijk.



Elfje

Vrucht.
Vol gerijpt,
gevuld met ervaringen
uit het grote labyrint:
Zaad.



Zwaarte

Zwaar hangt de peer,
als een druppel, die
nog juist niet valt.

Zwaar is onze vrucht,
vallend in het niets.
Hoe licht zijn wij dan!


Friedrich Nietzsche

Ondraaglijk was het leed dat
hij op zijn schouders torste.
Diep de vreugde, te leven
in het aards bereik.

Ten slotte brak hij,
omhelzend de ezel, die
alle slagen verdroeg:
Een beeld van zijn leven.

Hij wist het al eerder:
Er is slechts één weg
in het leven en
dat is die van jezelf.


Labyrinthus errantium

De vrucht is rijper
dan we weten;
voller, sappiger, zoeter wellicht.

Misschien ook zuur,
al naar gelang de vrucht.
Maar zuur is zeker niet minder.

Wat weten we van onze vruchten?
Zoet of zuur, groot of klein:
Slechts dit: ónze vrucht is het.

Ons zoeken en dwalen:
Dát kennen we!
in dat grote labyrint.




Labyrinthus errantium.
Dát kennen we!
Het geheim is wat er achter zit.

Want toch: er groeit iets.
Langzaam, onopvallend rijpt
de vrucht tot aan ons stervensuur.

Dat is de grote vrucht,
Zoet of zuur
Al naar gelang de vrucht.

En midden in die vrucht
het zaad, klein en onooglijk;
bijna niets, dat het toch weer alles is.






Deze dichtbundel is werk in uitvoering.
Allicht zal er nu en dan iets bijkomen.